
Praktische informatie
Periode
20 april – 29 juni 2012
Locatie
Catapult, project space ‘Kades-Kaden’
Rubenslei 10, B-2018 Antwerpen
Contact
E info@catapult.be
T +32 3 239 10 10
Openingsuren
Elke werkdag van 9 tot 17.30 uur
Gesloten op weekends, feest- en brugdagen
Toegang
Gratis
Organisatie tentoonstelling
Catapult & OurType
Curatoren
Eric KINDEL & Fred SMEIJERS
Type direction
Fred SMEIJERS
Teksten
Eric KINDEL
Publicatie design
Catapult
—
BETWEEN WRITING AND TYPE:
THE STENCIL LETTER
Sjabloneren met letters gebeurt al meer dan vijf eeuwen lang, misschien wel veel langer. Hoewel sjabloneren overduidelijk schrift noch typografie is, neigen de gebruikte technieken en het verkregen eindresultaat vaak in die richting. Een rijke selectie, deels theoretisch omschreven als schrift, deels als typografie, vormt het onderwerp van deze kleine tentoonstelling. Daarnaast toont de verzameling ook een uiteenlopende reeks sjabloonletters die aanleunen of bij schrift, of bij typografie, maar die er net zo goed middenin, of ver daarbuiten, kunnen worden gesitueerd.
Het eerste programmatisch gebruik van sjabloonletters vinden we terug onder de vorm van het manuscript. Ongeveer vanaf het midden van de zeventiende eeuw, waarschijnlijk voor het eerst in Frankrijk, werden sjablonen gebruikt bij het zetten van gezangen in grote liturgische werken, teksten waarvan de letters voordien handgeschreven of nauwkeurig getekend waren. Het mogelijk verlies van dynamische beweegbaarheid —van de lettervorm en de spatiëring— moet voor de zogenaamde sjabloonmaker of -zetter onmiddellijk opgevallen zijn tijdens het maken van een compositie met sjablonen. Om dit verlies op te vangen werden de sjabloonplaatjes technisch verbeterd wat de sjabloonzetter op zijn minst de mogelijkheid gaf de spatiëring en de uitlijning langs de basislijn bij te bewerken. Deze kenmerken gaven de tekst een afgemeten, semi-mechanisch aanzicht —met andere woorden, een aanblik van gedrukte letters of typografie.
Waar precies tussen het schrift en de drukletter men ze positioneert, het soort van werk waarbij sjabloonletters gebruikt worden, vraagt meestal niet meer dan conventionele lettervormen. Maar het sjabloneren kan meestal niet gebeuren zonder ‘onderbrekingen’ in de lettervormen aan te brengen, die dienst doen als de noodzakelijke ‘overbruggingen’ in de sjabloonplaatjes. Deze onderbrekingen geven de letters hun karakteristieke, onconventionele uiterlijk. Het grafisch effect dat sommigen als kenmerkend beschouwen, is voor anderen louter een technisch residu zonder waarde dat zoals conventie het wil, weggewerkt dient te worden. Meestal werden de onderbrekingen in de lettervormen eenvoudigweg met pen of penseel met inkt opgevuld. Een meer creatieve oplossing voor het ‘probleem’ was het opdelen van de letters in losse stukken die —als ze na elkaar worden gesjabloneerd— een volledige lettervorm zonder onderbrekingen doen ontstaan. Soms werden de onderbrekingen echter naadloos in het letterontwerp opgenomen zodat ze volledig verdwenen in de stijl van de sjabloon.
Als je de sjabloonletters aandachtig bekijkt kan je meestal afleiden welke methode en gereedschap er gebruikt werden om ze te vervaardigen. Sjablonen uit papier, karton, kunststof of metaal (veelal messing, koper, zink of nikkelzilver) werden meestal op één van de volgende drie manieren vervaardigd: uitgesneden met een schaar, mes of beitel; een letter tekenen in etsgrond, en daarna etsen met zuur (enkel bij metalen sjablonen); of door middel van stempels of ponsen. Elk van deze instrumenten en werkwijzen hebben bepaalde karakteristieke vormen of leunen daarbij aan. Tekenen en schrijven in etsgrond bijvoorbeeld, zijn het best voor fijne, delicate en in detail uitgewerkte lettervormen. Snijden en ponsen werken daarentegen uitstekend om eenvoudige, robuuste ontwerpen te bekomen. De lettervormen die met stempels werden gemaakt, waren doorgaans niet groter dan 25 mm en hoewel ze ook erg klein kunnen zijn (minder dan 3 mm), zijn ze op die grootte sterk vereenvoudigd. Door te etsen konden zelfs nog kleinere letters verkregen worden, die nog meer gedetailleerd waren uitgewerkt. Snijden met beitels of messen is vooral efficiënt voor grotere lettervormen. De beitels produceren regelmatig gesegmenteerde lijnen en curves. En ga zo maar door. Soms is het echter moeilijk te achterhalen hoe de sjablonen gemaakt werden. Maar in andere gevallen kan een nogal onconventionele manier van vervaardigen waargenomen worden.
Hoewel ze tot midden zeventiende eeuw slechts met tussenpozen verschenen, zijn sjabloonletters vanaf dan voortdurend in gebruik in het huidige noorden en oosten van Frankrijk, het zuiden van België, en het westen en zuiden van Duitsland, vanwaar hun toepassing zich kennelijk verder verspreidde. Er zijn duidelijk periodes geweest waarin sjablonen populair waren. In de achttiende eeuw, bijvoorbeeld, belichaamden de sjabloonletters en de ornamenten de decoratieve eigenschappen van de open omkaderingen en randen die opgebouwd werden uit afzonderlijke maar in elkaar vloeiende geïntegreerde deeltjes, uit botanische motieven en uit een brede waaier van partikel-gebaseerde eenheden. In de tweede helft van de negentiende eeuw werden —vooral in Noord-Amerika— alledaagse teksten in commerciële en huishoudelijke omgevingen door sjablonering aangebracht, wiens ‘boodschap’ een stoere onafhankelijkheid uitstraalde. Aan het begin van de twintigste eeuw pasten kunstenaars, architecten en ontwerpers sjabloonletters en sjabloonachtige letters toe als een expressie van techniek en bouw, als een mechanisch bepaalde vorm of als vormen die als basisprincipe van constructie passen binnen bredere visuele strategieën.
Tijdens de periode die in deze tentoonstelling aan bod komt werden heel wat beletteringen uitgevoerd en verbeterd door middel van het sjabloneren. De sjabloon zelf heeft zich een uitstekende vorm en een eenvoudige hanteerbaarheid aangemeten en maakt deze kwaliteiten beschikbaar, in het bijzonder voor de leek in het beletteren. Hoewel het resultaat meestal eenvoudig en alledaags leek, was het ongetwijfeld handig. Afgezien van hun praktische toepassing waren de sjabloonletters en het werk dat ermee gemaakt werd soms heel origineel, zelfs inspirerend.
TIJDSBALK
15e eeuw – begin 17e eeuw. Restanten van beschadigde sjabloonletter: ecclesiastische fries (Urschalling am Chiemsee, Bavaria, 15e eeuw);
een alfabet van grote kapitalen
(Nuremburg, Johann Neudörffer d.Ä, c. 1550), handgemaakte gebedsboeken (Spanje en Frankrijk, einde
16e eeuw – begin 17e eeuw).
Sjablonen werden gemaakt van papier of karton en zeer waarschijnlijk uitgesneden met een mes.
Vanaf mid 17e eeuw. Gesjabloneerde liturgische boeken; gesjabloneerde elementen worden o.a. gebruikt in psalmen en de muzieknoten, titels, initialen en (later) decoratie. Dit werk werd vooral uitgevoerd in kloosters, waarschijnlijk eerst in Frankrijk en later in heel Katholiek West- en Zuid-Europa. Het werd op sommige plaatsen voortgezet tot in de latere decennia van de 19e eeuw en waarschijnlijk later met wisselend —maar doorgaans verminderend— succes. Sjabloonletters werden ook gebruikt voor opschriften aangebracht op binnenmuren, en voor sommige godsdienstige boeken. Sjablonen werden gemaakt van messing of koper en uitgesneden met een schaar, mes, of beitels, of door middel van etsen.
1669. In Parijs, het dupliceren met behulp van sjablonen werd beschreven en uitgetest door de Nederlandse wiskundige, natuurkundige en astronoom Christiaan Huygens.
Eind jaren 1690 – 1701. In Parijs, Gilles Filleau des Billettes beschrijft een methode van tekst sjabloneren door middel van speciaal daarvoor gemaakt gereedschap; illustraties van het gereedschap door graveur
Louis Simonneau.
Vanaf 18e eeuw. Sjablonen en sjabloonletters gebruikt voor seculiere toepassingen , waaronder het decoreren van boeken, grafplaten en briefpapier, voor het markeren van eigenaarschap in boeken, en om briefhoofden, cartes de visite, en etiketten voor pharmaceutische producten en andere verpakte goederen.
Vanaf mid 18e eeuw. Sjabloonmakers in East Anglia en elders in Groot-Brittannië leveren verfijnde gegraveerde (geëtste) heraldische sjablonen voor boekplaten en voor het markeren van eigenaarschap.
December 1781. In Parijs, Benjamin Franklin koopt een set van meer dan 400 sjablonen gemaakt door Jean Gabriel Bery.
Vanaf eerste helft vd 19e eeuw.
In Groot-Brittannië, sjablonen worden gebruikt door architecten, ingenieurs en opzichters voor letters en andere grafische tekens bij het technisch tekenen.
Vanaf jaren 1840. In de Verenigde Staten, tal van sjabloon-gerelateerde uitvindingen voor privé en commercieel gebruik, waaronder letter stempels (Fulham patent, 1860), beletteringsschijf (Tarbox patent, 1868), verzetbare eenheden (wat leidde tot de Adjustable Stencil, Reese patent, 1874), de sjabloonmachine (Bradley patents, 1890s) en vele andere.
Vanaf c. 1860. Reeksen sjabloonstempels vervaardigd in de Verenigde Staten door A.J. Fulham en S.M. Spencer worden te koop aangeboden aan ambulante sjabloonmakers die het land afschuimden om gesjabloneerde naamplaatjes aan het grote publiek te leveren. De plaatjes werden gebruikt om kleding, boeken en andere voorwerpen en eigendommen te markeren.
1869. Mark Twain schrijft over het bestaan van sjabloon naamplaatjes en publiciteit in The innocents abroad (1869), The Galaxy magazine (1870) en A Connecticut Yankee in King Authur’s Court (1889).
c. 1880. ‘Stencil Gothic’, de eerste drukletter gebaseerd op sjabloonletters, uitgegeven door MacKellar, Smiths & Jordan, Philadelphia.
1911/12. Georges Braque gebruikt als eerste typisch Franse sjabloonletters in de voor woordfragmenten in het Cubistisch schilderij Le Portugais. Andere schilders volgen, waaronder Picasso, Carlo Carrà en Amadeo de Souza Cardoso.
c. 1923. Le Corbusier gebruikt sjablonen voor titels en labels op architecturale tekeningen.
c. 1928/29. Futura Black uitgebracht door the Bauer’sche Giesserei, Frankfurt a.M., toegeschreven aan Paul Renner. Vergelijkbare letterontwerpen zijn onder meer Europa (Walter Cyliax), Transito (Jan Tschichold) en Braggadocio (W.A. Woolley).
Vanaf c. jaren 1920. W.A. Dwiggins ontwerpt en snijdt sjablonen in kunststof voor belettering, decoratie and illustratie.
1937. ‘Stencil’, twee verschillende fonts uitgebracht onder deze naam door American Type Founders (Gerry Powell) and Ludlow Typograph (R. H. Middleton), gebaseerd op typische sjabloonletters voor Noord-Amerika.
Vanaf jaren 1950. Noord-Amerikaanse sjabloonletters worden gebruikt in schilderijen van Jasper Johns, Robert Indiana, en anderen.
Jaren 1980. Gesjabloneerde graffiti in Parijs; eind jaren 1990 populariteit breidt uit naar Groot-Bittanië, vervolgens wereldwijd.
Vanaf c. jaren 2000. Hernieuwde interesse in stencil fonts bij letterontwerpers.
Sommige data zijn van voorlopige aard omdat steeds nieuwe voorwerpen worden gevonden.
INVLOEDEN & EEN REEKS STENCIL FONTS
Wanneer we sjabloonletters en sjablonen gaan bestuderen kunnen we verschillende invloeden waarnemen in hoe ze gemaakt werden. Deze invloeden zijn veelvuldig en met elkaar verbonden en ontstaan meestal vanuit de intrinsieke conventies in de verschillende domeinen van het vervaardigen van letters (schrijven, tekenen, graveren, het maken van drukletters, beletteren) en van het gereedschap —of de chemicaliën— die worden gebruikt om de sjabloonletters te maken (schaar, messen, beitels, kraspennen, etszuren, stempels, ponsen). De onderstaande aantekeningen situeren en groeperen deze invloeden in een voorlopig overzicht. Deze groeperingen worden echter aangeboden als een leidraad en mogen niet als definitief gezien worden. Ze sluiten elkaar zeker niet uit.
Naar aanleiding van de tentoonstelling Between Writing & Type: the Stencil Letter, zal OurType een reeks stencil fonts uitbrengen. De reeks zal zeven verschillende ontwerpen bevatten die geïnspireerd zijn door, of een weerspiegeling zijn van de invloeden die de sjabloonletters door de eeuwen heen hebben gevormd. De komende maanden, van april tot eind 2012, zullen de individuele fonts worden uitgegeven en zullen ze verkrijgbaar zijn bij OurType (www.ourtype.com).
Als geheel bieden zij —op het vlak van typografie— een unieke kijk op het ontwerpen van sjabloonletters.
Schrijven, tekenen, graveren & gedrukte letters
De sjabloonletters uit de zeventiende en achttiende eeuw worden geassocieerd met geschreven, geschetste, geschilderde of soms zelfs verluchte letters. Letters op die manieren vervaardigd, werden verdrongen zodra sjablonen werden gebruikt om teksten, titels en initialen in liturgische werken te zetten.¹
De meest voorkomende stijl van de eerste sjabloonletter was de romein, in verschillende variaties. In deze kan je de dynamische wisselwerking tussen schrift, graveren en het vervaardigen van drukletters terugvinden die aan de stijl van de romein van die periode, meer bepaald in Frankrijk, eigen is. Je zou kunnen stellen dat vooral het graveren invloedrijk was omdat sjablonen vaak zo werden vervaardigd. Het werk omvatte een letter als contour te krassen in een met etsgrond afgedekte metalen plaat en deze contour dan door te etsen om de sjabloon te creëren.² In het algemeen waren deze sjabloonletters (romeinen) een synthese van invloeden, die hen een onmiskenbare eigenheid bezorgde.
Andere stijlen van sjabloonletters uit de achttiende eeuw lijken ook afkomstig van schrijf- en graveertechnieken.
Zij bevatten sierschriften, cursieven en rondes. Gebroken geschriften (textura, rotunda), hoewel niet ongekend in de achttiende eeuw, kwamen niet zo vaak voor. Dit veranderde pas in de negentiende eeuw en dan nog voornamelijk in Groot-Brittannië. Hun onderliggende opbouw daarentegen, afgeleid van aparte penstreken en op- en neerhalen maakte dat ze makkelijk konden worden toegepast op het sjabloneren.
Bery roman & Bery script (Fred Smeijers)
De vormen van Bery roman en Bery script zijn afgeleid van de Parijse sjabloonmaker Jean Gabriel Bery. Bery’s werk geeft een uitstekend beeld van het sjabloonletter ontwerpen in Frankrijk rond 1780. Bery behoort tot de beste sjabloonmakers uit zijn tijd dankzij zijn trefzeker gevoel voor stijl en de uitmuntende kwaliteit van zijn sjablonen. Zijn werk is vooral bekend door de set sjabloonletters, die hij in 1781 aan Benjamin Franklin leverde, momenteel bewaard in the American Philosophical Society in Philadelphia.
Beitels & messen
Vroege papieren en kartonnen sjablonen werden meestal uitgesneden met een mes, maar soms ook met behulp van stempel-achtige gereedschappen. De sjablonen werden meestal gebruikt voor het kleuren van illustraties en speelkaarten en het decoreren van muren en meubels. In sommige gevallen werden letters en hele teksten ook gesneden uit papier of karton om sjablonen te maken.
Beitels werden wellicht reeds in de zeventiende eeuw gebruikt om de sjabloonletters uit metalen platen te snijden. Een ontegensprekelijk bewijs hiervan duikt echter pas op in de negentiende eeuw, meer specifiek in Noord-Amerika, waar sjablonen veelvuldig werden gebruikt in de handel, productie en transport. Beitels bleken handig om grote sjablonen te maken die werden gebruikt om dozen, kisten en vaten te markeren, vooral als het ging om decoratieve of doorgaans vreemde lettervormen.
Ervaren sjabloonsnijders gingen vlot om met beitelwerk. Met behulp van beitels van verschillende lengte, met een recht of gebogen profiel, kon de sjabloonsnijder bijna elke gevraagde lettervorm vervaardigen. (Een nog teruggevonden set bestaat uit 21 rechte en 19 kromme beitels met een snijvlak variërend van 2 tot 38 mm.) Ook bij het werken met beitels zie je typerende gebreken, ondermeer verkeerd uitgelijnde rechte delen, onderbroken curves en gebogen overgangen met een knik.
Sjabloonletters die met een mes uit metaal zijn gesneden zijn eerder zeldzaam, terwijl letters gesneden uit papier, karton of kunststof vaker voorkomen. Bij het gebruik van messen op metaal, krijg je doorgaans het beste resultaat door een paar neerwaartse inkepingen te maken, net zoals bij het openen van een conservenblik.
Couteau (Pierre Pané-Farré)
Greco stencil (Fred Smeijers & Pierre Pané-Farré)
Letters gesneden met beitels en messen vertonen vaak bruuske vormen, scherpe hoeken en abrupte punten en curves. Bekwame handen zijn in staat met dit gereedschap dynamische, pittige en onomwonden lettervormen te creëren. Berthold Wolpe’s Albertus font is het voorbeeld van lettervormgeving op deze manier, met zijn oorsprong in uitgebeiteld brons. Couteau toont aan hoe gelijkwaardige vormen kunnen ontstaan wanneer sjabloonletters met een mes worden uitgesneden. De letters van Greco stencil zijn in contrast, bijna generiek. Rechte lijnen vervangen de curven maar de diagonale bruggen in deze letter geven het geheel een opvallende dynamiek. Schreeflozen letters van dit soort waren makkelijk te maken en werden ingezet voor allerlei dagelijks gebruik.
Ornamenten & decoratie
Decoratieve sjabloonletters duiken voor het eerst op in de eerste helft van de achttiende eeuw. Het waren bewerkingen van de geschetste, geschilderde en verluchte initialen uit liturgische werken en andere manuscripten. Veel van die initialen bestonden uit bloem-, acanthus- en andere botanische motieven. Bij het maken van hierop gebaseerde sjablonen werden deze kenmerken vereenvoudigd en herleid tot aparte maar samenhangende elementen die vaak eindigden in afgeronde, tweedelige ranken. De opbouw van deze letters vloeide naadloos over in het sjabloonidioom, alhoewel zo een complex ontwerp in metaal eigenlijk enkel door etsen te vervaardigden was.
Naast de sierletters leverden sjabloonmakers ook andere decoratieve sjablonen af. In Frankrijk (maar ook elders) waren dit voornamelijk vignettes, sjablonen met hoofd- en voetstukken, randen, of hele omlijstingen, soms in combinatie met woord en tekst. Het decoratieve deel was ook hier een bewerking van botanische motieven, of van partikel-gebaseerde ontwerpen, waarschijnlijk afkomstig van gravures of de collecties van lettergieters. In de negentiende eeuw werden decoratieve sjabloonletters populair in Groot-Brittannië, wanneer architecten, ingenieurs en landmeters deze gingen gebruiken bij het technisch tekenen. Sjablonen om vaten gevuld met bloem, whisky of andere consumptieartikelen te markeren bevatten ook zeer complexe letters als onderdeel van decoratieve ‘handelsmerken’. Dit is aanvankelijk het geval in Noord-Amerika. De grote afmetingen van deze sjablonen in het bijzonder maakte het mogelijk deze uit te snijden met behulp van beitels.
Bery tuscan (Fred Smeijers, met assitentie van Pierre Pané-Farré)
Standing type (Maurice Göldner)
Bery tuscan is afgeleid van het werk van de Parijse sjabloonmaker Jean Gabriel Bery. Het ontwerp, één van de twee door Franklin aangekochte Tuscans, demonstreert Bery’s vindingrijkheid in het verwerken van deze letterstijl in sjablonen. Standing Type is gebaseerd op de streken, op- en neerhalen van de humanistische minuskel geschreven met een brede pen. De op- en neerhalen geven een patroon van bijna-gebroken penstreken wat hen dicht bij het sjabloonidioom deed aanleunen, en geven deze letters een subtiel, decoratief effect. Fonts zoals Allegro (Hans Bohn, 1936) benutten ook deze strategie.
Stempels & ponsen
Het staat vast dat minstens vanaf 1860 stempels werden gemaakt en gebruikt werden om de sjabloonletters te vervaardigen. Sjabloonstempels waren verkrijgbaar in een beperkt aantal groottes: de kleinste, 3/32 inch (kapitaalhoogte; ongeveer 2.5 mm); de grootste: 1 inch (25 mm). Courante letterstijlen zijn onder meer romein, blokschreef (rechtopstaand, ‘overhellend’ en ‘terughellend’), gothic (schreefloos) en ionic. De stempels in de kleinere corpsen hebben een vlak letterbeeld en werden vervaardigd met vijl- en slijpgereedschap, waardoor de letters een uitgesproken mechanische kwaliteit krijgen. De kleinere corpsen vroegen om een extreme vereenvoudiging van de vormen. De ionische letters, enkel beschikbaar in grotere maten, waren niet onderhevig aan zulke aanpassingen en zijn daarom conventioneler van vorm. Zij werden vervaardigd met een verhoogde snijrand. Bij het uitsnijden van een sjabloon, werden de stempels in de plaat geslagen, die rustte op een plank van een stevige houtsoort (lignum vitae, of ‘ironwood’).
De ponstechniek werd gebruikt voor de massaproductie van de sjablonen in de jaren na 1870, maar kan ook eerder zijn intrede hebben gedaan.
Puncho (Fred Smeijers)
Orly stencil (Pierre Pané-Farré)
Sjablonen uit een metalen plaat slaan met behulp van een stempel is krachtdadig werk waar eenvoudige, robuuste lettervormen zich het beste toe lenen. Puncho is gebaseerd op de stempels voor een sjabloonletter gemaakt door S.M. Spencer uit Boston. De kapitaalhoogte van Spencer’s originele letter was 1/8 inch (3 mm). Puncho heeft zijn onconventionele vorm te danken aan zowel de ontwerpbeperkingen met betrekking tot de kleine maat, als aan de werktuiglijke methode gebruikt bij het vervaardigen van de stempels. Orly stencil is een hedendaagse interpretatie van eenvoudige sjabloonletters waarvan het ontwerp intrigerende woordbeelden oplevert.
Gedrukte letters & typografie
Sjabloonletters en sjabloonplaatjes neigen naar zetwerk van drukletters wanneer hun onregelmatige kenmerken afgemeten en regelmatig worden. Sjablonen zijn doorgaans intrinsiek typografisch als ze worden beschouwd als een soort mal die het toelaat dezelfde lettervorm herhaaldelijk te reproduceren. Samen met de verschillende wijzen om de spatiëring tussen de letters af te meten en om de letters langs de basislijn uit te lijnen, verschaffen de vast bepaalde lettervormen een regelmaat in de composities van sjabloonletters.
Sjabloonzetters en sjabloonmakers hebben door de eeuwen heen verschillende methodes ontwikkeld om letters gelijkmatig te combineren. De meest voorkomende —en wellicht oudste— was het ‘tussen-letter-spatiëring-punt’, een klein puntje rechts van de letter dat bij het sjabloneren de positie aangeeft waar de volgende sjabloonletter moet worden gezet. Een alternatief is een reeks spatiëringslijnen, die op de sjabloonplaat net boven of onder de letter zijn gesneden. Deze spatiëringslijnen zouden tijdens het sjabloneren samenvallen met de gelijk gepositioneerde lijnen op de andere sjabloonletters. Bij nog een andere methode —één die geen inktspoor nalaat— werd een opening links van de letter in de plaat gesneden. Deze opening diende dan als hulpmiddel om de afstand tussen de gesjabloneerde letters te bepalen.
Een merkwaardige uitvinding in de jaren 1870 in de Verenigde Staten loste het probleem van het spatiëren en uitlijnen van de sjabloonletter op een eenvoudige manier op. Dit was de verstelbare sjabloon waarvan de platen eenvoudigweg aan de linker- en aan de rechterrand in elkaar schoven en aldus een gelijkmatige laterale spatiëring van de letters en de uitlijning van de basislijnen verzekerde. De bijna-perfecte lettercompositie van de verstelbare sjabloon, naar analogie met de gedrukte letter, werd enkel geëvenaard door de ‘sjabloonmachine’ (jaren 1890), die de operator toeliet om sjablonen mechanisch te zetten en de sjabloonletters met grote precisie uit te snijden.
Tekst © Eric KINDEL
LITERATUURLIJST
Eric KINDEL
‘Fit to be seen: stencils for architects, engineers and surveyors’, AA Files, no. 61, 2010, pp. 100–9
‘Delight of men and gods: Christiaan Huygens’s new method of printing’, Journal of the Printing Historical Society, new series, no. 14, Autumn 2009, pp. 5–40 (PDF available on-line)
‘The “Plaque Découpée Universelle”:
a geometric sanserif in 1870s Paris’,
Typography papers, 7, pp. 71–80,
London: Hyphen Press, 2007
‘Patents progress: the Adjustable Stencil’, Journal of the Printing Historical Society, new series, no. 9, Spring 2006, pp. 65–92 (PDF available on-line)
‘Recollecting stencil letters’, Typography papers, 5, pp. 65–101, Reading: Department of Typography & Graphic Communication, University of Reading
‘Stencil work in America, 1850–1900’, Baseline 38, Summer 2002, pp. 5–12
‘Marked by time’, Eye, vol. 10, no. 40,
Summer 2001, pp. 48–51
Fred SMEIJERS
‘Fred Smeijers’, in Tino Graß, Schriftgestalten: über schrift und gestaltung, Sulgen and Zürich:
Niggli, 2008, pp. 60–81
Zie ook
Claude-Laurent François, ‘Les écritures réalisées au pochoir’, in Yves Perrousseaux, Histoire de l’écriture typographique: le XVIIIe siècle,
vol. 1 of 2, Yves Perrousseaux éditeur, 2010, pp. 48–77
James Mosley, 'Lettres à jour: public stencil lettering in France', Typefoundry: documents for the history of type and letterforms, 23 March 2010
Slanted magazine, ‘Stencil. Type.’, themed issue, no. 9, Winter, 2009/10